Strienestad

Heel lang geleden, wel 700 jaar, was Steenbergen nog maar een piepklein stadje. De mensen die er woonden hadden weinig geld. De meesten werkten op het land, bij de boer. Ook de kinderen! Nou, dan kun je toch beter elke dag naar school gaan. Nee, echt gezellig was het toen niet hoor. Geen tv, geen speelgoed, geen verwarming in huis, geen friet, geen cola, geen carnaval! Wij kunnen ons gewoon niet voorstellen hoe de mensen toen leefden.

Jullie opa’s en oma’s weten misschien nog wel dat Steenbergen vroeger maar een klein, arm stadje was. Maar zij zijn ook niet oud genoeg om zich te kunnen herinneren dat er ooit eens twee zeemeerminnen rondzwommen in de Striene, het watertje dat stroomt van de Vliet naar onze haven… Kijk, nu begrijp je waarschijnlijk al meteen waarom Steenbergen met carnaval Strienestad heet.

Of die zeemeerminnen echt hebben bestaan? Ja, dat weet dus niemand zeker, maar dit is het verhaal wat er al eeuwen over wordt verteld.

Op zoek naar eten en drinken kwamen die zeemeerminnen, vanuit de Noordzee, eerst in het plaatsje Reimerswaal, op de grens van de provincies Zeeland en Noord-Brabant. De bewoners van Reimerswaal hadden geen zin om de zeemeerminnen eten en drinken te geven. Ook daar waren de mensen heel arm, maar om die zeemeerminnen nou te laten verhongeren, dat was natuurlijk niet netjes.

Dat vonden de zeemeerminnen ook, dus die spraken een vloek uit! ‘Reimerswaal zal vergaan!’, riepen ze bij het weggaan. En dat gebeurde ook! Net als bij de watersnoodramp van 1953 stroomde de zee het land in en heel het dorp Reimerswaal verdween in de golven! Nooit heeft iemand er iets van teruggevonden. Geen huizen, geen mensen, geen dieren, niks… Griezelig, hè?

In Steenbergen zullen de mensen ons wel helpen, dachten de zeemeerminnen. Maar dat bleek niet helemaal te kloppen. De Steenbergenaren die de zeemeerminnen in de Striene zagen zwemmen, wisten natuurlijk ook niet wat er in Reimerswaal was gebeurd. Je had toen ook nog geen What’sApp, Facebook of kranten waarin ze dat hadden kunnen lezen. De zeemeerminnen kregen maar een heel klein beetje water, terwijl ze werkelijk stikten van de dorst. Ze smeekten de mensen om meer drinken, maar die trokken zich daar niets van aan. En eten wilden ze al helemaal niet delen met die zeemeerminnen. Wat fruit konden ze krijgen, dat was alles. Dom, dom, dom, want je snapt wel hoe boos die zeemeerminnen hierdoor werden… ‘Steenbergen zal half vergaan’, schreeuwden ze. Het zou niet lang duren of ons stadje ging inderdaad voor de helft verloren door een supergrote brand!

Uiteindelijk kwamen de zeemeerminnen in Bergen op Zoom terecht, waar ze volop mochten eten en drinken. Toen ze daar weer weggingen zeiden ze: ‘Bergen op Zoom blijft eeuwig bestaan’. In Bergen op Zoom heeft dan ook nooit zo’n ramp plaatsgevonden.

En in Steenbergen? Daar begrepen de mensen wel dat ze een stomme fout hadden gemaakt. Hoe weinig geld je zelf ook hebt, eten en drinken hoor je toch met anderen te delen! Om dat nooit meer te vergeten, zie je naast het wapen van onze stad nog altijd twee zeemeerminnen.

En daarom noemen wij alle meisjes en vrouwen met carnaval dus ook ‘meerminnekes’. Alle jongens en mannen zijn met carnaval ‘bietboerkes’, omdat de meeste boeren vroeger suikerbieten op het land hadden staan. Tot 1985 stond er in Steenbergen ook een suikerfabriek, waar van die bieten suiker werd gemaakt. Nu staat er nog een grote suikerfabriek in Dinteloord en wordt er in de omgeving van Steenbergen nog veel suikerbieten verbouwd. Boeren zijn er uiteraard nog steeds, maar niet meer zo veel als vroeger. Er werken tegenwoordig ook niet zo veel mensen meer bij een boer. Maar met carnaval heeft onze Prins nog altijd wel gezelschap van een boerenploeg. Die mannen kun je herkennen aan de blauwe kiel die ze dragen en hun groene paraplus met het SKS logo.

JanOorlogMussekoningPrinsNarDeftigFlodder